Jezelf blijven in groepen
Ken je dat gevoel als je bij bepaalde mensen bent; dat je op je tenen loopt? Dat je ontzettend je best doet om het goede te doen en te zeggen? En dat je je daar heel onzeker over voelt en veel twijfelt? Vaak is het doodvermoeiend en is je spontaniteit ver te zoeken. Je bent jezelf niet. In dit praktijkverhaal volgen we Eefje en haar wens om dichter bij zichzelf te kunnen blijven in sociale situaties.
Eefje is op deze prachtige ochtend voor de tweede keer bij de kudde. Haar eerste ontmoeting met de paarden een paar weken geleden heeft veel indruk op haar gemaakt. Sindsdien is er een duidelijke beweging merkbaar; ze voelt dat ze er meer mag zijn, ze ervaart dat ze meer wordt gezien. Daarnaast is het contact met haar kinderen fijner, opener. Gesprekken met haar partner verlopen beter, rustiger. Ze voelt zich minder snel aangevallen of terechtgewezen en durft meer te vragen.
Na deze positieve ervaring is ze benieuwd wat de kudde haar nog meer te vertellen heeft.
Mijn vakgenote Nelleke Dikkerboom heeft prachtige kaarten ontwikkeld die je kunt betrekken in systemische coachsessies. Elke kaart bevat een foto van paarden en een systemische vraag. Ik nodig Eefje uit om de kaarten te bekijken en te voelen welke vragen haar raken terwijl ik de koffie ga halen. Als ik terugkom, liggen er meerdere kaarten op tafel, waaronder:
- Wat moet je doen om erbij te horen?
- Wanneer hoor je erbij?
- Waar hoor je bij als je erbij hoort?
We onderzoeken samen in welke sociale situaties deze vragen vooral spelen. Situaties waarin ze twijfelt over haar plek. Het gevoel op haar tenen te moeten lopen en zichzelf dan helemaal kwijt te raken overheerst in dergelijke situaties. Ook onderzoeken we sinds wanneer ze deze bekende onzekerheid ervaart en komen uit bij haar scheiding en de schuldgevoelens die ze daar nog steeds bij heeft richting haar kinderen. “Probeer je soms nog steeds om iets goed te maken?” vraag ik haar. Ze realiseert zich op dat moment dat dat zo is.
Tijd om naar de wei te gaan, waar we vijf merries en drie veulens aantreffen. De wei bestaat uit twee delen die met elkaar in verbinding staan, wei 1 en wei 2. Bij aankomst treffen we alle dieren aan in wei 2. We blijven in wei 1 even staan om naar het prachtige geheel te kijken. Vervolgens vraag ik Eefje om op haar manier contact te gaan maken met de kuddeleden. Voor Eefje is dit een puzzel; ‘hoe gaat ik dat doen?’, vraagt ze aan mij. ‘Ga maar hallo zeggen’, stel ik voor. ‘O ja, oké’.
Terwijl Eefje nog aan het bedenken is hoe ze het aan zal gaan pakken, komt de hele kudde in beweging en lopen onze wei in. Meerdere paarden komen even hallo zeggen tegen Eefje en gaan daarna weer rustig grazen. We registreren: zodra je oprecht open staat voor de ontmoeting, gebeurt het al. Zelfs als je nog even aan het bedenken was hoe je het aan zou gaan pakken.
Een van de veulentjes komt ook hallo zeggen. Ze komt zo dicht bij Eefje staan dat ze wat in de knel komt, geen persoonlijke ruimte meer heeft. Eefje is zich hiervan bewust, maar weet eigenlijk niet hoe ze hiermee om moet gaan. Ze wil graag dat er meer afstand is tussen het veulen en haar, maar hoe doet ze dat? Eefje ervaart dat ze het vervelend vindt om het veulentje weg te duwen, ze wil namelijk wel graag de verbinding behouden. Bovendien heeft wegduwen geen zin, ontdekt Eefje, want het veulentje duwt gewoon terug en gaat zelfs boven op haar voet staan. Gelukkig weegt een veulentje nog niet zoveel, maar een volwassen paard van 600 kilo wil je liever niet op je voet hebben. Als ze zichzelf hardop afvraagt hoe ze afstand kan bewaren, stel ik voor om ‘afstand’ te vervangen door ‘eigen ruimte innemen’. Dus ‘ik wil meer afstand tussen ons’ vervang je door ‘ik wil graag mijn eigen ruimte innemen’. Dat is congruent. Terwijl Eefje deze subtiele verandering nog op zich in laat werken, is het effect al zichtbaar. Het veulentje loopt even van haar weg en komt daarna op een respectvolle afstand opnieuw contact maken. Eefje is verbluft: een congruente intentie is blijkbaar voldoende voor het gewenste effect.
In de ontmoeting met een van de merries leert Eefje nog een nuance aan te brengen. Om haar eigen ruimte meer kracht bij te zeggen, zegt ze ‘nee’ tegen het paard als het iets te dichtbij komt. Ik stel voor om de ‘nee’ te vervangen voor ‘ja, dit is mijn ruimte, ik hier en jij daar’. Eefje ervaart dat ze hierdoor goed met zichzelf en met de ander in verbinding blijft, met behoud van een prettige eigen ruimte.
Terwijl Eefje zich verder beweegt door de kudde, bespreken we wat Eefje zoal ervaart en maken we de vergelijking met sociale situaties met mensen. Ze wordt zich er zeer bewust van dat ze de reactie van een ander steeds op zichzelf betrekt. Het inzicht dat het niet aan haar hoeft te liggen, geeft rust.
Dan is er nog één merrie waar ze nog geen hallo tegen heeft gezegd. Deze merrie maakt uit zichzelf geen aanstalten om contact te maken met Eefje. Ze blijft daarentegen rustig grazen, doet haar eigen ding. Eefje blijft op een afstandje staan kijken naar het paard en er gebeurt een hele tijd niets. Ik vraag Eefje wat ze wil. Tja, dat weet ze dus niet zo goed. Uiteraard herkent ze dit patroon. Na enkele minuten kijken en wachten, loopt ze voorzichtig naar het paard en aait haar rustig op haar hals. Ze bewondert de merrie voor het feit dat ze zich nergens iets van aantrekt en onverstoorbaar haar eigen ding blijft doen. ‘Dat zou ik ook wel willen kunnen’ , verzucht Eefje. Hoewel de energie van het paard heel ontspannen en vriendelijk is, wordt haar begroeting niet beantwoord door de merrie. Geïnspireerd op dit plaatje, komt er een zin in me op die ik haar voorleg, namelijk: ‘Ik kies onvoorwaardelijk voor mezelf’. Blijkbaar een heel goed idee, want nog voordat Eefje deze woorden kan herhalen, tilt de merrie haar hoofd op en maakt contact.
Dit was een ware masterclass ‘sociale ontmoetingen’, waarin Eefje zich bewust is geworden van de uitwerking van haar zijnstoestand en de kracht van intentie op het maken van contact en verbinding vanuit je eigen ruimte. Ze gaat alle wijze lessen eens rustig op zich in laten werken.