Hoezo depressief, ik heb toch alles?!

Door haar klachten lukt het Dorien niet om te werken. Dorien heeft last van onzekerheid en schuldgevoelens. Ze voelt zich bij heel veel dingen schuldig, maar snapt niet waarom. Ook heeft ze last van regelmatig terugkerende depressieve periodes. Toch is er niets wat ze mist; zo heeft ze een fijn gezin, liefdevolle ouders, een mooie opleiding en geen zorgen over geld. Ze snapt haar gevoelens niet; “Hoezo depressief, ik heb toch alles?”

Depressie, daar heb je meteen een beeld bij. Iemand voelt zich lusteloos, is moe, heeft nergens energie voor, heeft geen plezier meer in dingen die eerst wel erg leuk waren, heeft de neiging zich steeds verder terug te trekken uit het sociale leven, om er maar een paar te noemen. De lichtjes zijn uit de ogen verdwenen en iemand bevindt zich metaforisch op een koude, donkere plek.

Iemand die lijdt aan depressieve gevoelens, leeft zonder actief deel te kunnen nemen aan het leven. Iemand lijkt uit contact te zijn met de levensstroom. Trekken we dat beeld verder door, dan komen we uit bij vergelijkingen met een stervensproces, met de dood.

Bekeken door systemische ogen is depressie een oplossing voor het systeem om niet genomen rouw in beeld te brengen of houden. Je kunt het zien als een loyaliteit naar hen die het niet hebben overleefd, te vroeg zijn gestorven of het leven voortijdig hebben beëindigd. De dood is voor veel mensen lastig om naar te kijken, bijvoorbeeld omdat het te pijnlijk is of te eng. Daardoor kan het zijn dat er, onbewust en onbedoeld, leden van het systeem uitgesloten worden. Met behulp van het doorgeven van de zijnstoestand depressie vindt het systeem als het ware een manier om deze leden weer in te sluiten. Het is, net als alle systemische dynamieken, een hervonden evenwicht.

Zo kan het dus zijn dat iemand die alles heeft toch last kan hebben van terugkerende depressieve periodes. Ik vraag Dorien iets te vertellen over haar systeem van herkomst. Ik sla aan op wat ze vertelt over haar opa van moeders kant. Deze opa zat tijdens de oorlog in het verzet. In deze context is niet genomen rouw heel aannemelijk; wie hebben het niet overleefd? En was het veilig genoeg om om hen te rouwen? Of wat net zo goed mogelijk is; welke slachtoffers zijn gemaakt?* We hoeven niet te weten wat er precies is gebeurd om er wel mee te kunnen werken.

Wanneer er sprake lijkt te zijn van een systeemdynamiek, ga ik altijd graag met iemand naar de kudde paarden. De bewegingen van de paarden leiden me dan naar diverse interventies. De kudde bestaat uit zes paarden die vrij kunnen bewegen en zo zelf kunnen bepalen of ze iets met ons te doen hebben of niet.

We hebben dus afgesproken voor een systemische sessie bij de kudde. Van de zes paarden haken er twee aan bij de vraag van Dorien en blijven bij haar in de paddock; een bruine merrie en een vosmerrie. De andere vier paarden bevinden zich verderop in de wei die in verbinding staat met de paddock. Ik laat Dorien een representant uitkiezen voor haar opa van moeders zijde. Ik zie Dorien twijfelen en kijk haar aan. “Nou,” zegt Dorien, “ik weet niet of we wel iets met die opa moeten doen. Ik weet namelijk verder niet zoveel van hem, dus dat is moeilijk voor mij. Ik had meer met mijn oma.” “Reden te meer om het wel te doen,” zeg ik met een bemoedigende glimlach op mijn gezicht. Mijn compromis is dat we behalve opa ook oma meenemen in de opstelling.

Dorien kiest een pion en een placemat uit voor haar opa en oma en legt ze naast elkaar in het zand. Vervolgens mag ze een representant uitkiezen voor ‘het lot’ van haar grootouders. Dorien kiest het zeil en legt deze bij de pion en de placemat. (In het vervolg van het verhaal staat dat wat gerepresenteerd wordt tussen aanhalingstekens.)

Terwijl de vosmerrie zich nog wat afzijdig houdt, gaat de bruine merrie staan bij ‘opa en oma en hun lot’. Haar hoofd laag bij de grond, haar oren iets naar achteren en haar ogen meer dicht dan open. Het is een zwaar beeld. Dorien gaat er even naast staan en voelt de zwaarte. Deze plek en de zwaarte voelen vertrouwd voor haar. Op deze plek voelt ze nog iets. Ze voelt zich schuldig, wat haar erg verrast. En ook dat is een vertrouwd gevoel. Ik nodig Dorien uit om te kijken naar ‘het lot van haar grootouders’. Het paard maakt vervolgens met haar neus zacht contact met het zeil, de representant van het lot. Ze lijkt het voorzichtig te onderzoeken, zachtjes en respectvol. Samen staan ze daar en kijken, stil en met aandacht. Het wordt Dorien duidelijk dat haar gevoelens horen bij deze plek en ook dat dit niet haar eigen plek in het systeem is, maar die van haar opa en oma.

Ik nodig Dorien uit te gaan voelen waar haar eigen plek is. Ze komt op een meter of drie afstand van haar ‘grootouders’ terecht. Op het moment dat ik Dorien uitnodig om vanuit haar eigen plek, de plek van het kleinkind, naar haar 'grootouders en hun lot' te kijken, komt de vosmerrie erbij. Het paard gaat recht voor Dorien staan en komt daardoor terecht tussen Dorien en haar 'grootouders en hun lot’. Dorien kan alleen maar het paardenhoofd zien. Het beeld lijkt stil te staan.

Dorien herhaalt mijn zin:
“Ik zie jullie en ik zie jullie zware lot.”
Op dat moment draait de vosmerrie zich plotseling om naar de bruine merrie en jaagt haar agressief weg van ‘opa, oma en hun lot’. Vervolgens gaat het paard weer rustig tussen Dorien en haar ‘grootouders’ staan.

Een nieuwe zin komt op:
“Lieve opa en oma, jullie het jouwe en ik het mijne.”
De vosmerrie schuift een beetje op, waardoor Dorien zicht krijgt op de representanten. Ze kijkt ernaar en ervaart op een prettige manier afstand.

Een belangrijke helende beweging bij systemisch werk is het aankijken van wat via het patroon in beeld wordt gehouden. Het erkennen van dat wat er is (ook al weet je niet precies wat dat dan is) leidt tot heling van het systeem.

Dorien krijgt vervolgens de uitnodiging om een representant voor ‘haar leven’ te kiezen en die een plek te geven. Ze kiest de deken en legt deze achter zichzelf neer (haar blik is nog op de ‘grootouders met hun lot’ gericht). Vervolgens vraag ik haar om zichzelf 180 graden om te draaien. Hierdoor komt haar ‘leven’ voor haar te liggen en haar ‘grootouders met hun lot’ achter haar. Beide paarden komen als reactie hierop direct in beweging. De bruine merrie gaat weer met hangend hoofd bij de ‘grootouders met hun lot’ staan en de vosmerrie doet een stap opzij en komt met haar hoofd op schouderhoogte links naast Dorien te staan, wat we herkennen als moeders zijde. Beiden kijken nu naar haar ‘leven’.

Op haar eigen plek, met haar ‘leven’ voor zich en haar ‘grootouders met hun lot’ achter zich, voelt het lichter en is het prettig. Hier zijn geen schuldgevoelens. Dorien voelt energie opkomen in haar lichaam en ook iets wat in de buurt komt van vertrouwen in de toekomst. Dorien en de merries blijven zo nog even staan en als het genoeg is, bedanken we de paarden en is het tijd voor een kopje thee.


NB

Gedurende deze sessie ging de vosmerrie op diverse momenten tussen Dorien in mij in staan, op zo’n manier dat wij elkaar niet meer konden aankijken. Bij de afronding van de sessie vroeg ik daarom aan Dorien wie ik mogelijk representeerde binnen deze sessie. “Tja,” zegt ze, “ik denk dat je voor de hulpverlener staat. Ik heb daar veel moeite mee, omdat ik vind dat ik het zelf moet kunnen oplossen. Daarom laat ik hulpverleners vaak niet toe.” Op dit gegeven mag ze zelf nog even pruttelen.


* Behalve bloedverwanten behoren de daders van buiten de familie die slachtoffers hebben gemaakt in de familie én de slachtoffers die gemaakt zijn door daden van familieleden ook tot het systeem van herkomst. Ditzelfde geldt voor zgn. ‘plaatsmakers’.